'Damp en Straling'
29 mei - half september 1999
"I've looked at clouds from both sides now
from up and down
and still, somehow
it's clouds' illusions I recall,
I really don't know clouds at all..."
(Joni Mitchell)
"Door dingen te vergelijken leer je ze kennen. Een stoel is geen tafel, een boom is geen huis, een ster is geen maan.
Vanuit onze wereld, onze schaalverdeling, blik ik naar buiten. Via dingen van een ander formaat, groter of kleiner, kijk ik naar mezelf.
De mens is geen god en de mens is geen poppetje."
(Terry van Druten, 19 mei 1999)
De Rotterdamse kunstenaar Terry van Druten maakte voor Het Plafond het werk Damp en straling': een platte, helderwitte vorm - formaat surfplank, maar veel volumineuzer, en met een onregelmatig wolkend oppervlak - balanceert opeen hoge zuil-achtige sokkel, hoog genoeg om er onderdoor te lopen en er van onderaf tegenaan te kijken; van bovenuit zwaaitgekleurd licht. Damp en nevel' ligt, tussen zuil en lichtbundels, in de halfway-zone' tussen vloer en plafond.
Van Druten (Apeldoorn, 1975) is vierdejaars-student Autonome Kunst aan de Willem de Kooning Academy aan de Blaak in Rotterdam - in juli aanstaande doet hij eindexamen. Ik ontmoette Van Druten en zijn werk voor het eerst tijdens een presentatie in de hal van de academie, afgelopen januari: klauterend op een keukentrap kwam je oog in oog met een menigte uit kleurige boetseerklei levensecht geknede poppetjes (oa Sinterklaas, Madonna, en Bill & Monica) bovenop een metershoge, ruwhouten bok - een propellor-vorm uit witte stippen (ook klei, of toch kauwgom?) op een vloertje trottoirtegels verwees, vertelde Van Druten, naar een bacterie op het moment van deling - daarnaast, op een wand, een wirwar van kleurige kleistippen in een pointillistisch patroon: bij nader inzien inderdaad een enorm uitvergrote Christus-kop.
In gesprekken met hem gaat het steeds over de begrippen groot' en klein', en de relativiteit ervan: gemeten aan wát noem je iets groot' en/of klein'? Het inzicht dat alle dingen, en ook alle menselijk handelen en oordelen vanuit enig perspectief zowel ongelooflijk groot en belangrijk, als ook miniscuul-onbeduidend kunnen lijken, is voor Van Druten enorm bevrijdend.
Van Druten hecht niet, lijkt het, aan vorm-'vastheid': uit een serie stijfselen sportsokken stapelt hij een wankele toren; een onzichtbaar opgehangen matras zakt uit tot een loom gewelf boven een eenpersoons bed; een perzisch' tafelkleed over twee stoelen geplooid - kindertent? - wordt een heuvellandschap met speelgoedboompjes; een kussensloop op een geraamte van ijzerdraad, met daaronder - ondersteboven - een modelvliegtuigje, zweeft als een wolkje door het atelier.
In zijn vorm- en materiaal-'loosheid' speelt in het werk van Van Druten toch ook steeds weer de klassieke beeldhouwkunstige problematiek van de zwaartekracht: een beeld' is niet alleen het plaatje' met associatieve zeggingskracht - ook: hoe blijft het in zijn materialiteit - letterlijk - overeind', en hoe be‹nvloedt die spanning de beleving van de toeschouwer?
Oog in oog komen met mega-idolen in miniatuurformaat, terwijl je bovenop een keukentrap wankelt, relativeert álles – die omgeving, hen, en last but not least jouzelf. Van buiten schuin omhoog bezien werkt Damp en straling' ongetwijfeld anders dan wanneer je er onder staat en het boven je voelt, of wanneer je er van bovenaf naar kijkt. Besteld als plafond-beeld, buit 'Damp en straling' - staand en hangend - de specifieke kwaliteiten van de locatie van Het Plafond optimaal uit.
© Guus Vreeburg / Het Plafond, Rotterdam; 990529