Toine Horvers
'Names: The Eye / axial, coronal, and sagittal sections'
2 februari 200 - permanent


namesorbit02d.jpg
© foto: Hans Wilschut, Rotterdam


Toine Horvers: Oog voor Het Oog / door Guus Vreeburg
Op het moment dat U dit leest, geeft U niet alleen ‘uw ogen de kost’, maar U ‘gebruikt ook uw hersens’, in de meest letterlijke zin: iets ‘zien’ (onderscheiden, lezen, begrijpen, etc) kun je pas nadat de waarnemingen die het oog doet in de hersenen opgeslagen, verwerkt en geïnterpreteerd zijn. Pas dan en dáár, en door de samenwerking van ogen en hersenen vormt zich het ‘beeld’ van wat we ‘zien’.

Wie regelmatig de activiteiten bij Het Plafond gevolgd heeft herinnert zich wellicht de klank-installatie ‘Names, axial sections of the brain’, die hier van oktober 1997 t/m januari 1998 te zien was, en vooral: te horen – destijds een werk van de Rotterdamse kunstenaar Toine Horvers (Loon op Zand, 1947). Na de hersenen toont Horvers nu ‘het oog’ in de ruimte van Het Plafond, waar zich ook de werkplek bevindt van waaruit ik onder het motto ‘Het Oog’ als kunsthistoricus actief ben, en waar ik nu deze tekst schrijf.

Het menselijk oog: het ziet er amandel-vormig uit, of als een spleetje, of rond als je ‘grote ogen’ opzet. Dát is enkel de verschijningsvorm, maar fysiologisch gezien is het oog een bol van 2 à 3 cm in diameter. Zó zíe je het oog alleen bijna nooit, mag je althans hopen. Tenzij je in anatomische atlassen kijkt. Daarin wordt het hele menselijk lichaam, en dus ook het oog, als een bouwwerk in kaart gebracht – door middel van ‘secties’, dwarsdoorsneden langs drie assen: ‘axiaal’, horizontale sneden langs de lengte-as van het lichaam; ‘sagittaal’, vertikale sneden van links naar rechts; en ‘coronaal’, ook vertikaal maar dan van voor naar achter. Afhankelijk van de complexiteit van het betreffende gebied wisselen de onderlinge afstanden; hier, voor het oog, schuift iedere snede 2 à 3 millimeter verder. Dit anatomisch ‘snijden in het oog’ heeft niets van de horror van het beroemde scheermes-in-het-oog uit de film ‘Un Chien Andalou’ (Buñuel/Dali, 1929). In een anatomische atlas staan al die sneden keurig op rij – vroeger op papier, daarna ook wel op transparante vellen, en tegenwoordig natuurlijk ook digitaal op CD en het internet: alles levensecht ingekleurd, en voorzien van de Latijnse namen van de verschillende onderdelen.

Uit die reeksen Latijnse termen bouwt Toine Horvers zijn tekeningen op, soms op papier en soms – zoals hier – direct op een muurvlak. Gestuurd door diaprojecties van alle oorspronkelijke atlas-pagina’s van een serie sneden schrijft hij, laag over laag, de medische termen op de plek waar ze anatomisch thuishoren, steeds in de passende kleur. Zo ontstaan kluwens van gekleurde woorden, die de fysieke werkelijkheid niet ‘afbeelden’, maar letterlijk ‘beschrijven’. Merkwaardigerwijze, maar niet helemáál onbegrijpelijk, wordt in de ‘woord-beelden’, die op deze manier groeien de oorspronkelijke werkelijkheid toch weer enigszins herkenbaar: het ‘lijkt’. En dát gebeurt vooral in je hersenen: die kneden, als ze via het ontcijferen van Horvers’ woorden eenmaal te weten zijn gekomen wáárnaar de tekening verwijst, het puur-waargenomen woord-beeld óm naar de bijbehorende fotografisch-visuele verschijningsvorm. Op dezelfde manier voltooide Horvers onlangs de installatie ‘Names: The Brain, coronal and sagittal sections’ in een lifthal op de twaalfde verdieping van de Medische Faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam (zie de tekst die ik onlangs daarover schreef).

Voor Het Oog ontvouwt Horvers de drie-dimensionaliteit van het oog in vier tekeningen, rondom de schrijf- en werkplek halverwege de ruimte: twee sets sagittale secties op de linker- en rechter zijwand halverwege de ruimte, een set coronale secties, vooruit ‘kijkend’ op de raamwand, en een set axiale secties op het plafond. De kleuren in de tekeningen zijn overal dezelfde, ongeacht de steeds wisselende ondergrond – één wandvlak is lichtgroen geschilderd, het andere wit gestuct, er is glas en onbewerkt beton. Door zich daarvan niets aan te trekken houden de tekeningen én de architectuur ieder hun eigen waarde. Door middel van platte tekeningen wordt het nietige menselijk oog als het ware uitvergroot tot een ruimtelijke installatie.

Toine01.jpg Toine02.jpg
Januari 2002: Toine Horvers aan het werk

Noodzakelijkerwijs is dit kunstwerk niet, zoals meestal, in het atelier van de kunstenaar gemaakt, maar hier in deze ruimte: op haast rituele wijze is Horvers drie weken lang elke dag vanaf een uur of zes hier aan het werk. Hij werkt geconcentreerd, in het helle licht van de projector die de woorden van het beeld-in-wording geheel overstraalt. Verder heerst stilte: je hoort enkel het geruis van de diaprojector, regelmatig het geschraap van het molentje waarin Horvers zijn kleurpotloden scherp slijpt en, als je heel goed luistert, het zachte krassen van die potloden op de muurvlakken.

Horvers vindt het aantrekkelijk te werken ”bij iemand in zijn huis, temidden van de rituelen van de alledaagsheid”. Je moet geen haast hebben, vindt hij: “Je moet het werk geduldig geleidelijk aan laten groeien, laag voor laag; niet teveel controle erover willen hebben, dan onstaat het uiteindelijke beeld vanzelf.”

Voor mij is het bijzonder Horvers aan het werk te zien, terwijl ik met mijn eigen dingen bezig ben. Hij staat te worstelen met de zwaartekracht terwijl hij bezig is met de axiale secties op het plafond: ik zie hem om zijn as draaien om overal bij te kunnen, zodanig dat er geen ‘boven’ en ‘onder’ meer is in de tekening boven mijn hoofd. Mooi om te kunnen zien dat een belangrijk deel van het kunstwerk ook de ‘daad’ is, die voorafgaat aan het beeld. Mooi ook om het kunstwerk van dag tot dag te zien groeien.

Het is een wonderlijke ervaring, nu achter mijn bureau aan deze tekst te zitten schrijven met de getekende installatie-in-wording om me heen: ik voel me enigszins ‘bekeken’, en tegelijkertijd is mijn oog middelpunt van een imaginaire ruimte die uitkijkt langs de lengte- en breedte-as van de aarde en vertikaal omhoog, de lucht in. U hier voor het raam kijkt terug.

© Guus Vreeburg / Het Plafond, Rotterdam; 020202

namesorbit02.jpg namesorbit01.jpg
namesorbit02d.jpg namesorbit01d.jpg

© foto's: Hans Wilschut, Rotterdam

Het recente werk van Toine Horvers is te zien op zijn site; daar is ook een pagina over het werk bij Het Plafond