Het Plafond; ruimte voor kunsten en cultuur in het woonhuis van WIllem Besselink en Guus Vreeburg
                                                                                               Gedempte Zalmhaven 761, 3011 BT Rotterdam / NL

Yukihiro Taguchi
'Bücher Domino' 
4 november t/m 2 december 2006
- tekst bij de opening

text in English
Text auf Deutsch

foto's van de installatie en de opening

06110413_Guus leest_site600.jpg


Yukihiro Taguchi – 'Bücher Domino’
Yukihiro Taguchi is een kunstenaar uit Japan. Zijn moeder las hem ongetwijfeld Japanse sprookjes en verhalen voor, die wij niet kennen. Yukihiro’s moedertaal is dus Japans, de taal waarin hij denkt en spreekt. Nu woont hij in Berlijn, en leert hij Duits. Yukihiro Taguchi is een kunstenaar uit Japan, die Duits spreekt. Bijzonder! In díe taal communiceren wij met hem… “Ich versuche eine Geschichte von einem Mensch [...] mit den Bücher, Installation und Performance zu zeigen.“ – dát is de kern van zijn projectplan voor Het Plafond. Hij noemde zijn project in eerste instantie ‘Peoples’ Domino’, of eenvoudigweg ‘Domino’ – nú heet het ‘Bücher Domino’.

Boeken
De cultuur (van het Westen) is ontwikkeld via woorden / teksten / boeken. “In den beginne was het Woord” – schrijft de evangelist Johannes. Nadat woorden en teksten eeuwenlang doorgegeven werden door ze te zeggen of te zingen, is érgens het moment gekomen dat ze werden opgeschreven – op rollen stof of dierenhuid of papier, en even later in boeken: gebundelde losse bladen. De naam van Homerus valt in dit verband (hij leefde rond 1000-800 vChr), en natuurlijk de Bijbel – naar het Griekse woord voor ‘boek’: ‘biblos’. Johannes schreef zijn verhaal rond het jaar nul – toen was het schrijven van boeken inmiddels een traditie van eeuwen. En dat is eigenlijk tot in onze tijd nog zo: waar in onze cultuur het ‘beeld’ bijna belangrijker is geworden dan het ‘woord’, en boeken van gedrukt papier vervangen schijnen te gaan worden door teksten in bits & bytes – zó ook leest U deze tekst… - tóch geloven niet de mínsten nog steeds in de idee van ‘het boek’: met als prachtig voorbeeld het vuistdikke ‘S / M / L / XL’ van de architect Rem Koolhaas, die je toch niet kunt verdenken van enige conservatieve behoudzucht.
Boeken bevatten ideeën. Nadat ze bedacht en verwoord zijn – dan zijn ze nog vluchtig en vloeibaar – worden ze in boeken als het ware in gestolde vorm opgeslagen en bewaard. Soms gaat het om ‘goddelijke’ ideeën en woorden (denk aan de Bijbel, of de Qu’ran), maar meestal zijn het ideeën van mensen. Ideeën, visies, voorstellen, verzinsels en verdichtsels – opgeschreven opdat de lezer inzage krijgt in het denken van de schrijver, en diens inzichten kan delen óf bekritiseren of desnoods verwerpen, of liever nog: erop reageren met éigen ideeën en visies. Andere boeken (met de Encyclopédie als meest uitgesproken voorbeeld) bevatten kennis en informatie – die geven vooral óverzicht.
 
Het lézen van een boek is een intieme handeling. Niet alleen intiem omdat je het meestal in je eentje doet (“met een boekje in een hoekje’), in stilte en geconcentreerd. Oók omdat de relatie tussen jou en het boek een intieme is: je hebt het boek in je hand, of het ligt stil, direct vóór je op tafel, desnoods op een lezenaar. Boek en jij zijn altijd dicht bij. Vaak ga je ook helemaal óp in een boek – de fysieke wereld om je heen houdt op te bestaan, en je wordt meegezogen in de wereld van het boek, van de schrijver ervan en diens ideeën. Via boeken kun je het hier en nu verlaten; ze nemen je mee naar andere tijden, ándere plekken. Een wonderlijk effect.
Géén wonder dus dat je je kunt hechten aan boeken. Ze vormen een kostbaar bezit. Niet alleen van een cultuurgemeenschap als geheel, maar ook van jou als individu. Ze vormen identiteit: “Laat me zien wat je leest, en ik weet wie je bent, en wat belangrijk voor je is.”

Boeken verzamelen
Een boek dat je wilt lezen kun je lénen: dan moet je het ná lezing terugbrengen. Een afscheid dat pijn doet. Eigenlijk wil je het bij je houden, en om het te kunnen hébben moet je het kopen (of stelen, of het níet terug brengen… – maar dát doe je gewoon niet!). Je wilt het hébben om het wellicht nóg eens te kunnen lezen of raadplegen, of gewoon: om dicht bij te kunnen blijven bij dat boek – en zijn auteur of hoofdpersoon. Je gaat boeken dus kopen, soms als een kip zonder kop, maar vaak ook boeken bewust verzámelen – je zoekt en koopt dít boek wél, en dát óók, maar dat andere weer niet, of nóg niet… Je legt het nieuwe boek op het vorige. Uit die boeken groeit een stapel, en nog een en nóg een… Als die stapels te hoog worden vallen ze om. En dus koop je, om die boeken te kunnen bergen én bewaren, een boekenkast. Dan kunnen die stapels van boeken een ‘verzameling’ worden, een ‘collectie’ – mooi woord in dit verband: het komt uit het Latijn, en betekent letterlijk vertaald: ‘een bijeen gelezen’ geheel, met daarbij ‘lezen’ in de dubbele betekenis van het woord – ‘lezen’ als in ‘teksten lezen’, maar ook als in ‘uitzoeken’, ‘zoeken, keuren, en meenemen’ (denk aan ‘een uitgelezen verzameling’).
En dán doet zich de vraag voor hóe je je boeken in die kast zet. Welke vorm je kiest voor die verzameling, die ‘collectie’. Sommigen ordenen hun boeken op maat of kleur. Velen zetten hun boeken op alfabet. Daar vind je Abdelkader Benali dus vóór Giovanni Bocaccio uit de Renaissance, en de reeks eindigt dan met de dagboeken van Zadkine (heeft die man eigenlijk een voornaam?) en met de schitterende roman Nana van Émile Zola. Soms staan boeken op land geordend, of, iets minder eng-nationalistisch, op taalgebied: Elias Canetti vóór Freud vóór Goethe. Soms ook op onderwerp: alle kookboeken bij elkaar, alle romans, alle boeken over schilders, en daarnaast alle boeken over componisten… Ludwig van Beethoven uit de Romantiek, met daarnaast Hildegard von Bingen uit de Middeleeuwen. Soms ook staan jóuw boeken bij de jouwe, en de mijne bij de mijne. Voordeel van al deze benaderingen is dat er dan in je kast aparte, min of meer overzichtelijke afdelingen zijn. Maar ja, “ieder foordeel hep se nadeel”, zoals de spreker zegt: ‘Afdelingen’ zijn ook ‘af-delingen’: ópdelingen eigenlijk van wat, op de keper beschouwd, één groot geheel was en ís – de wereld, doorheen tijd en plaats, van ideeën, visies en voorstellen.

GWBV boeken
Ook in dít huis zijn heel veel boeken: Guus koopt en verzamelt al ruim 40 jaar boeken, Willem al ruim 15 jaar. Al die boeken vormen sinds kort één collectie: de ‘GWBV boeken’ – alles bij elkaar een meter of zeventig… Grofweg omvat die verzameling twee categorieën boeken: de ‘overzichtswerken’ – die overzicht bieden over méér dan één ding, of over méér dan één mens – en ‘monografische boeken’ – boeken van of over één mens en diens ideeën, visies en voorstellen. Boeken dus ván of óver individuen. Die allemaal iets hebben gedacht of bedacht dat ons nú nog boeit en inspireert. ‘Ons’, in de zin van wij tweeën, maar ook ‘ons’ in de zin van ‘de cultuur’ waarin we leven, of zelfs: ‘de culturen’ waarin we leven en die ons beïnvloeden, vormen en inspireren.
Die monografische boeken zijn dus eigenlijk even zovele portretten van de mensen die ons gevormd hebben, en ons inspireren. ‘Helden’ dus, helden van cultuur. Hún boeken vormen de ruggegraat (zonder ‘n’!) van de collectie GWBV. We hebben niet kunstenaars bij kunstenaars gezet, architecten bij architecten, en schrijvers bij schrijvers. Dát zou weer een vorm van ‘af-delen’ zijn. Onze ordening, want die ís er, en die is essentieel, is de chronologie: kunstenaars, en schrijvers, en theologen en filosofen, en wiskundigen en andere wetenschappers, en componisten, en koks, en dichters, en choreografen en theatermakers – ze staan allemaal bij elkaar – geordend op hun geboortejaar. Ineens staat de Boeddha naast het Oude Testament en dat naast Plato, ineens staan Berlage, Oscar Wilde, Van Gogh en Karl Marx bij elkaar in de buurt, en ook Willem de Kooning, Jean Paul Sartre en Marguérite Yourcenar, Christopher Isherwood en Dimitri Shostakowitsch, en tenslotte Willem Besselink naast Yukihiro Taguchi en Daniel Kehlmann (alledrie geboren in 1980!).
Als je langs die zeventig meter loopt reis je als het ware door de tijd, door de geschiedenis van onze culturen. En steeds kom je Helden tegen van allerlei verschillende disciplines maar wél uit een zelfde periode – die dus grofweg hetzelfde meegemaakt hebben, wellicht hetzelfde gehoord of gelezen en gedacht, die elkaar misschien zelfs wel gekend hebben, elkaars werk ook, en elkaar beïnvloed hebben. Immers: zelfs Helden worden niet held in hun eentje, maar altijd in elkaars gezelschap, in dialoog, in contact. En waar Erasmus van Rotterdam natuurlijk óók werk las van Plato en Augustinus, is het feit dat hij in ongeveer dezelfde tijd leefde als Luther, Dürer en Michelangelo – die trouwens ook allemaal tenminste van Plato en Augustinus gehóórd hadden – waarschijnlijk van méér doorslaggevende betekenis geweest voor de ontwikkeling van een bastaardjochie uit de Hoogstraat in Rotterdam tot ‘Desiderius Erasmus Roterodamensis’. Dáárom staan de monografische boeken in de GWBV collectie chronologisch geordend, zoveel mogelijk op geboortejaar. De overzichtswerken staan, daarnáást, óók chronologisch geordend, met een boek over de schilderkunst in de Renaissance pal naast een boek over de muziek uit die periode.

Terug naar Yukihiro Taguchi: “Ich versuche eine Geschichte von einem Mensch (Guus) mit den Bücher, Installation und Performance zu zeigen.“ Dat werd dus ‘Bücher Domino’. Wat boeken zijn en kunnen, weten we nu. Maar wat is ‘domino’ eigenlijk?

Domino en domino effect
Domino is een spel met 28 stenen met aan beide zijden 0 tot en met 6 ogen. Je legt een steen met een bepaald aantal ogen tegen een kant van een reeds gelegde steen met hetzelfde aantal ogen: een ‘matching’ van gelijken. De richting waarin je nieuwe stenen aanlegt is niet van belang. Zo kan een grillig beeld ontstaan, maar een dat – eenmaal gelegd – statisch is: de stenen ‘liggen’ immers. Het dominospel schijnt uitgevonden te zijn in China, in de 12e eeuw; van daar is het naar Europa gekomen, maar de deskundigen verschillen heftig van mening over wanneer dat gebeurde: sommigen menen al meteen in de 13e eeuw met Marco Polo, anderen houden het op de 18e eeuw.
Een andere mogelijkheid om met dominostenen te spelen, is om een flink aantal achter elkaar rechtop te zetten. Als je de eerste steen een zetje geeft, vallen ze allemaal om: het spreekwoordelijke 'domino-effect'. Door de stenen rechtop te zetten, laad je ze als het ware met potentiële energie, die opgesloten blijft zolang de stenen in evenwicht rechtop staan – nét zoals ook in liggende stenen energie zit opgesloten: in beide gevallen die van de zwaartekracht. Als je onder liggende stenen de steun weghaalt, vallen ze naar beneden. Als je van een reeks rechtop staande stenen de eerste uit evenwicht tikt valt-ie om, tegen de volgende – de energie die opgesloten zit in de ene steen komt vrij, en wordt doorgegeven aan de andere, en aan de daaropvolgende, enzovoort. Zo wordt die energie als het ware dóórgegeven, en kan ze zich verplaatsen – horizontaal, maar soms ook verticaal. De energie die besloten was in alle staande stenen wordt weliswaar steeds minder, maar de ‘flow’ blijft behouden tot de laatste steen omgevallen is – dan rest nog slechts de ‘statische’ energie van liggende stenen.
Waar ook het domino-effect al langer bekend is, is het spel met de vallende stenen pas de laatste 20 jaar uitgegroeid tot een waar mediaspektakel. In 1986 was in Lisse de eerste ‘Domino Day’: daar stonden 1.250 000 stenen opgesteld, die na één duwtje (bijna) allemaal omvielen. Bijna een jaar geleden, op 18 november 2005 vielen in Leeuwarden 4.002.136 dominostenen om – dat duurde één uur en drie kwartier. Over twee weken, op 17 november 2006 volgt in Leeuwarden alwéér een recordpoging, ditmaal met 4.400 000 stenen.
Gelukkig zijn er ook meer bescheiden, meer artistieke manieren om met het domino-effect om te gaan. Het meest bekend is wellicht de film ‘Der Lauf der Dinge’ van Peter Fischli en David Weiss uit 1987 (een trailer daarvan staat hier). Op allerlei mogelijke manieren wordt ‘gestolde’ energie vrijgemaakt, en eindeloos doorgegeven – een fascinerende reeks van ontploffinkjes, aanrakingen, botsingen, wip-wap aantippen, enzovoorts. Werk van kunstenaars! Het blijkt een aanstekelijk gegeven, dat nu ook in de wereld van de reclame opduikt: in een liefst twee minuten durende reclamefilm voor Honda bijvoorbeeld, een hilarische commercial voor Miller bier, en prachtige, uncanny perfecte (‘is it real, or is it animation?’) korte clipjes voor de Keijo University in Tokyo – inclusief een steeds terugkerend Japans gezongen jingle’tje (het blijkt te gaan om de tekst ‘Pythagoras switch’…). Op het internet zijn nog veel meer voorbeelden te vinden.
Wie – als ik – op het internet op zoek gaat naar informatie, over bijvoorbeeld ‘domino’, stuit al google’nd in de digitale Wikipedia (véél makkelijker, sneller en actueler dan enige papieren encyclopedie…) meteen op een site over ‘Domino-based Wikis and BulletinBoards’. En natuurlijk: ook de Wikipedia en andere open source sites voor het onderling delen en samenvoegen van informatie zijn gebaseerd op het domino-principe…

Domino 6
Yukihiro Taguchi. Schetsvoorstel 'Bücher Domino'
voor Het Plafond, Rotterdam; oktober 2006
© Yukihiro Taguchi, Berlin/D; 2006

Yukihiro Taguchi – 'Bücher Domino’
Yukihiro Taguchi’s ‘Bücher Domino’ is tamelijk bescheiden van schaal – gelukkig – maar is wél een hommage aan boeken – gelukkig! – en aan onze boeken in het bijzonder. Yukihiro – wij kennen hem al enkele jaren, en hij óns – onderkende meteen de rol die boeken spelen in ons leven; herkende dat ‘boeken’ de belangrijkste schat zijn hier in dit huis. Dáár ging hij bóvenop zitten – ondanks onze aarzeling daarover: we hadden nét de afgelopen maanden al onze boeken samengevoegd en keurig chronologisch in de kasten gezet….
Met zijn installatie ‘Bücher Domino’ voor Het Plafond reageert Taguchi in dubbele zin op de gegeven locatie. Zoals gezegd: hij is gefascineerd door de grote collectie boeken in onze werkruimte – direct grenzend aan de ruimte van Het Plafond zelf. Ook in ruimtelijke zin reageert Taguchi op Het Plafond: hij maakte een domino-pad dat hoog door de ruimte slingert, boven onze hoofden tot vlak onder het plafond. Daarop zette hij boeken – rechtop. Hij maakte daarbij een selectie uit het monografische deel van onze collectie – de boeken van en over de Helden van onze cultuur.
Boeken zijn natuurlijk niet gemaakt om rechtop te staan – zoals gezegd: ze liggen liever in je hand, of desnoods plat vóór je op tafel. Boeken in een kast die je niet zorgvuldig stut, vallen ónherroepelijk om – tot vervelens toe… Boeken willen graag tegen elkaar aan leunen – een mooi beeld voor de manier waarop hun auteurs enerzijds elkaar nodig hebben, en anderzijds elkaar inspireren. Een ‘alleen staand’ boek – dat kán eigenlijk niet, ‘das gibt’s nicht’! En tóch is dat wat Yuki in zekere zin doet – maar: in zekere zin.
Door ze uit het steunend verband van de kast te halen, staan boeken in wankel evenwicht – mooie metafoor voor enerzijds de wankele positie van het enkele individu, maar óók voor de mentale kracht die in die boeken besloten is. Gelukkig ook is er, net als in onze boekenkast, een chronologische ordening, beginnend vóór de Klassieke Oudheid met een boek over de Boeddha met daarnaast het Oude Testament en Plato, en tenslotte eindigend in ons eigen heden. Die lijn maakt trouwens ook mooi duidelijk hoe onevenwichtig ego’s-centrisch onze collectie eigenlijk is: we hebben blijkbaar maar héél weinig boeken uit de Oudheid en de Middeleeuwen, en de overgrote meerderheid van onze Helden is geboren in de eerste 40 jaar van de twintigste eeuw…
Al die boeken stonden dus – voor zolang het duurde – recht op, in wankel evenwicht, in een lange rij die om ons heen slingert, die soms heel dichtbij is, maar soms ook ver boven ons uit stijgt – en zo hóórt dat met helden.
Tijdens de opening van de installatie kreeg het eerste boek – dat over de Boeddha, die überhaupt niet geloofde in de permanentie van de dingen… - een zetje, Boeddha viel tegen het Oude Testament aan, dat tegen Plato viel, enzovoorts – tot en met de roman van Daniel Kehlmann, de brochures over Willem Besselink en Yukihiro Taguchi, en als allerlaatste déze tekst. Een lange rij boeken, op en over elkaar heen gevallen. Mooi beeld. Ze geven hun kracht door aan elkaar. Jammer, dat die beweging enkel lineair was: enkel van voor naar achter, van ‘toen’ naar ‘nu’. Want zó werkt cultuur natuurlijk niet. De geest waait waarheen hij wil, en wíj kunnen ook in de tijd terug gaan, dankzij onze boeken. Waar iedere metafoor op een gegeven moment scheef gaat, heeft Yukihiro Taguchi met zijn ‘Bücher Domino’ wél een punt gemaakt.

Taguchi is ook geïnteresseerd in wát wij lezen en gelezen hebben: hij nodigde ons en bezoekers uit hem vóór te lezen uit ons eerste boek, en uit het boek dat we op dit moment lezen. Die flarden nam hij op, en heeft die door zijn ‘Bücher Domino’ geweven: zo wordt niet alleen zichtbaar, maar ook hoorbaar wat ons zo fascineert. Die teksten zijn straks hoorbaar via het internet (www…)

Tenslotte wil ik graag, ook namens Willem, Yukihiro Taguchi hartelijk bedanken voor het prachtige project dat hij hier voor ons gemaakt heeft. Het was een heel karwei, met veel energie, met allerlei problemen, maar een project dat tenslotte uitmondde in een uniek ‘portret’ van onze GWBV boeken, en dat dus ook een portret van ons zelf is. Wij herkennen ons in dat portret, en bieden het nu ter bewondering aan aan bezoekers en voorbijgangers van Het Plafond.

© Guus Vreeburg / Het Plafond, Rotterdam; 4 november 2006 

06110419_begin einde_site600.jpg

Contact & informatie
digitaal beeldmateriaal is op aanvraag beschikbaar

Willem Besselink +31 6 19 4343 41
Guus Vreeburg +31 6 4720 4750